Minder sterke eigenschappen: wat zijn ze en hoe ga je ermee om?

Minder sterke eigenschappen zijn karaktertrekken of gedragspatronen die je in bepaalde situaties tegenwerken. Denk aan dingen als snel afgeleid zijn, moeite hebben met nee zeggen of uitstelgedrag. Iedereen heeft ze, maar het verschil zit in hoe bewust je ermee omgaat.

In sollicitatiegesprekken, beoordelingsgesprekken en coachingstrajecten kom je ze onvermijdelijk tegen. Het is dan ook goed om te weten welke eigenschappen als “minder sterk” worden gezien, hoe je ze herkent bij jezelf en wat je er aan kunt doen.

Wat zijn minder sterke eigenschappen precies?

Een minder sterke eigenschap is niet hetzelfde als een persoonlijk gebrek of een fout in je karakter. Het gaat om trekken die in bepaalde contexten nadelig uitpakken. Perfectionisme is daar een goed voorbeeld van: het kan je nauwkeurig en zorgvuldig maken, maar het kan je ook vertragen of zorgen dat je nooit tevreden bent met je werk.

Minder sterke eigenschappen worden ook wel “ontwikkelpunten” of “verbeterpunten” genoemd. De meeste mensen hebben er een handvol. Ze zijn niet in steen gebeiteld; met bewustzijn en oefening kun je ze gericht aanpakken.

Veelvoorkomende minder sterke eigenschappen op een rij

Hieronder zie je een overzicht van eigenschappen die vaak als minder sterk worden ervaren, met een korte uitleg bij elk:

  • Uitstelgedrag: taken uitstellen tot het laatste moment, waardoor de druk toeneemt en de kwaliteit kan dalen.
  • Moeite met delegeren: alles zelf willen doen, ook als anderen het net zo goed of beter kunnen.
  • Perfectionisme: zoveel aandacht voor details dat je het grote plaatje of de deadline uit het oog verliest.
  • Moeite met nee zeggen: te veel hooi op je vork nemen omdat je anderen niet wilt teleurstellen.
  • Snel afgeleid: moeite om de focus vast te houden bij lange of complexe taken.
  • Ongeduld: te snel willen resultaat, waardoor je het proces overslaat of anderen onder druk zet.
  • Conflictvermijding: moeilijke gesprekken uit de weg gaan, waardoor problemen blijven sudderen.
  • Overmatig zelfkritisch: jezelf harder aanpakken dan nodig, wat zelfvertrouwen ondermijnt.
  • Moeite met structuur: vrij en creatief willen werken, maar daardoor planningen en afspraken minder goed vasthouden.
  • Te direct of te bot: eerlijk zijn is een kracht, maar zonder tact kan het relaties beschadigen.

Hoe herken je je eigen minder sterke eigenschappen?

Zelfreflectie is het startpunt. Vraag jezelf af in welke situaties je regelmatig vastzit, fouten maakt of wrijving ervaart. Terugkerende patronen zijn veelzeggend. Als je merkt dat je elke week op het laatste moment rapporten inlevert, of dat collega’s vaker vragen of je even tijd hebt voor feedback die je eigenlijk niet hebt, zijn dat signalen.

Feedback van anderen helpt ook. In beoordelingsgesprekken of via een 360-graden-feedbacktraject hoor je hoe anderen jouw gedrag ervaren. Dat is soms confronterend, maar juist daarin zitten de blinde vlekken. Wat jij ziet als “ik ben grondig”, ervaart een collega misschien als “hij of zij maakt nooit een beslissing”.

Je kunt ook een persoonlijkheidstest gebruiken als vertrekpunt. Tools zoals de Big Five of een DISC-profiel geven geen absolute waarheid, maar ze maken gedragspatronen zichtbaar die je daarna zelf kunt toetsen aan de praktijk.

Minder sterke eigenschappen benoemen in een sollicitatiegesprek

De vraag “Wat zijn jouw zwakke punten?” is een klassieker in sollicitatiegesprekken. De meeste interviewers willen niet weten of je foutloos bent, want dat is niemand. Ze willen zien of je zelfkennis hebt en of je in staat bent om te groeien.

Een goede aanpak is de zogenoemde ontwikkelformule: benoem een echte minder sterke eigenschap, leg kort uit wat het effect is en vertel wat je eraan doet. Zeg dus niet “Ik ben een perfectionist” als losse zin (dat klinkt als een verkapte schouderklopje), maar maak het concreet: “Ik merk dat ik soms te lang doorwerk aan details. Ik heb daarom geleerd om bij elk project vooraf een tijdslimiet te stellen voor de uitwerking, zodat ik op tijd afrond.”

Vermijd eigenschappen die direct in conflict staan met de kernvereisten van de functie. Als je solliciteert als accountmanager, is “moeite met gesprekken voeren” geen slim voorbeeld om te kiezen.

Van minder sterke eigenschap naar ontwikkelpunt

Een minder sterke eigenschap veranderen begint met kleine, concrete stappen. Wie moeite heeft met delegeren, begint niet met het overdragen van zijn of haar hele takenpakket, maar met één taak per week aan een collega. Wie snel afgeleid is, werkt met blokken van 25 minuten geconcentreerde tijd (de zogeheten Pomodoro-techniek) in plaats van uren achter een scherm te zitten zonder structuur.

Het helpt om je voortgang bij te houden. Schrijf aan het einde van de week op wat je hebt geprobeerd en wat het resultaat was. Zo wordt een vaag voornemen iets tastbaars. Feedback van een leidinggevende of coach kan dit proces versnellen, omdat die van buitenaf ziet wat jij vanuit gewoontegedrag misschien niet meer opmerkt.

Minder sterke eigenschappen zijn dus geen vaste etiketten. Ze zijn het startpunt van een eerlijke blik op jezelf, en dat is precies wat groei mogelijk maakt.