Bij een sollicitatie worden je minpunten bijna altijd gevraagd, en dat is precies het moment waarop veel mensen vastlopen. De slimste aanpak is: noem een echte zwakte die je eerlijk presenteert, en laat zien dat je er al aan werkt. Zo kom je geloofwaardig over zonder jezelf in de voet te schieten.
De vraag naar je minpunten tijdens een sollicitatiegesprek is niet bedoeld om je te vangen. Een werkgever wil zien of je zelfkennis hebt en of je in staat bent om te groeien. Wie zegt dat hij geen zwakke punten heeft, wekt meteen wantrouwen.
Voorbeelden van minpunten die je kunt noemen bij een sollicitatie
Er zijn eigenschappen die je eerlijk kunt benoemen zonder dat ze je kansen direct schaden. Goede voorbeelden van minpunten bij een sollicitatie zijn:
- Afwachtend: je wacht soms liever tot je alle informatie hebt voor je een stap zet, waardoor je minder snel initiatief neemt.
- Eigenzinnig: je hebt een sterke mening over hoe iets het beste werkt, en dat maakt samenwerken soms lastiger.
- Impulsief: je reageert snel en handelt soms eerder dan je alles goed hebt doorgedacht.
- Fanatiek: je gaat soms zo ver dat je moeite hebt om los te laten, ook als een taak “goed genoeg” is.
- Snel afgeleid: in een drukke omgeving kan het moeilijk zijn om je focus vast te houden.
- Koppig: als je ergens van overtuigd bent, geef je niet snel toe, ook als anderen een ander standpunt hebben.
Deze eigenschappen zijn herkenbaar en menselijk. Dat maakt ze geloofwaardig. Kies altijd een minpunt dat echt bij je past, want een interviewer prikt er snel doorheen als je iets noemt dat niet klopt met de rest van je verhaal.
Hoe je een minpunt goed formuleert
De structuur die het beste werkt is: noem het minpunt, geef een concreet voorbeeld, en sluit af met wat je eraan doet. Dat laat zien dat je zelfbewust bent en actief bezig bent met verbeteren.
Stel, je noemt “snel afgeleid” als zwak punt. Een goede formulering is dan zoiets als: “Ik merk dat ik in een open kantooromgeving soms moeite heb om mijn focus vast te houden. Ik gebruik nu tijdblokken in mijn agenda en zet meldingen uit als ik geconcentreerd moet werken. Dat helpt mij goed.” Zo klonk dit minpunt bij een sollicitatie ineens als bewustzijn in plaats van een probleem.
Vermijd het klassieke trucje van een positieve eigenschap vermommen als zwakte, zoals “Ik ben gewoon te perfectionistisch.” Interviewers kennen dit kunstje en het wekt een negatieve indruk. Eerlijkheid werkt beter.
Welke minpunten je beter niet kunt noemen
Sommige zwakke punten passen simpelweg niet in een sollicitatiegesprek, namelijk die eigenschappen die direct raken aan de kerntaken van de functie. Solliciteer je als accountant? Noem dan niet dat je slecht bent in getallen. Ga je voor een leidinggevende rol? Zeg niet dat je slecht bent in het geven van feedback.
Houd ook minpunten die serieuze twijfels oproepen buiten het gesprek. Denk aan: chronisch te laat komen, moeite met autoriteit of snel opvliegen bij kritiek. Dit soort zwakke punten bij een sollicitatie zijn moeilijk te herstellen in de rest van het gesprek.
Hoeveel minpunten noem je?
Eén goed uitgewerkt minpunt is sterker dan drie snel genoemde. Wacht af hoe de vraag is gesteld. Als een interviewer vraagt naar “een zwak punt”, noem er dan ook één. Als gevraagd wordt naar meerdere, ga dan naar twee, maar hou het bij twee. Meer dan dat maakt de indruk dat je jezelf niet goed kent of juist te weinig zelfvertrouwen hebt.
De vraag naar minpunten bij een sollicitatie is uiteindelijk een kans, geen val. Wie eerlijk en voorbereid antwoordt, maakt een sterkere indruk dan iemand die omheen draait. Kies een zwakke eigenschap die echt bij je past, koppel er een concrete aanpak aan, en oefen het antwoord van tevoren hardop. Dat maakt het gesprek een stuk makkelijker.


