Aangeboren eigenschappen zijn kenmerken die je al bij de geboorte meebrengt, bepaald door je genen en de ontwikkeling in de baarmoeder. Denk aan je temperament, je intelligentie, je aanleg voor bepaalde ziektes of je oogkleur. Ze liggen vast in je DNA, maar dat betekent niet dat ze onveranderbaar zijn. Omgeving en opvoeding spelen altijd een rol in hoe die eigenschappen zich uiteindelijk ontwikkelen.
Wat zijn aangeboren eigenschappen precies?
Aangeboren eigenschappen zijn alle kenmerken die je erfelijk hebt meegekregen of die zijn ontstaan tijdens de zwangerschap. Ze zijn er al vóórdat de omgeving invloed heeft gehad. Dat onderscheidt ze van aangeleerde eigenschappen, die je opdoet door ervaringen, opvoeding en omgeving.
Aangeboren eigenschappen vallen globaal in twee categorieën uiteen:
- Lichamelijke eigenschappen: oogkleur, haarkleur, lengte, bloedgroep, aanleg voor bepaalde ziektes.
- Psychologische eigenschappen: temperament, basiskarakter, intelligentieniveau, gevoeligheid voor stress, reactiesnelheid.
Niet elke eigenschap is volledig aangeboren of volledig aangeleerd. De meeste eigenschappen zijn een combinatie van beide, wat wetenschappers de “nature-nurture”-verhouding noemen.
Aangeboren eigenschappen en gedrag
Bij gedrag en persoonlijkheid zijn aangeboren eigenschappen goed zichtbaar. Baby’s komen al met een eigen temperament ter wereld. Het ene kind is van nature rustig en makkelijk te troosten, het andere is prikkelbaar en reageert heftig op nieuwe situaties. Dit heeft weinig te maken met de opvoeding in de eerste weken, maar veel met aanleg.
Intelligentie is een ander voorbeeld. Onderzoek laat zien dat intellectuele capaciteiten voor een groot deel erfelijk bepaald zijn. Dat betekent niet dat omgeving er niet toe doet, want stimulerende opvoeding en goed onderwijs helpen om die aanleg te benutten. Maar het plafond van wat iemand kan bereiken, wordt mede bepaald door aangeboren aanleg.
Positieve aangeboren eigenschappen zoals charme, een opgewekt karakter of een talent voor sport kunnen ook beschermend werken. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) noemt dit soort aangeboren kenmerken bij kinderen als beschermende factoren die de kans op gedragsproblemen kunnen verkleinen.
Hoe genetisch zijn aangeboren eigenschappen?
Aangeboren eigenschappen komen voort uit je genetisch materiaal, het DNA dat je van je biologische ouders erft. Sommige eigenschappen worden bepaald door één gen, zoals bloedgroep. De meeste eigenschappen, waaronder persoonlijkheid en intelligentie, worden bepaald door honderden of zelfs duizenden genen tegelijk. Dat maakt het lastig om te zeggen: “dit gen bepaalt jouw karakter.”
Daarnaast spelen invloeden tijdens de zwangerschap een rol. Voeding, stress, medicijngebruik of infecties bij de moeder kunnen de ontwikkeling van het ongeboren kind beïnvloeden en zo eigenschappen meegeven die je strikt genomen niet “genetisch” hebt gekregen, maar wel aangeboren zijn.
Aangeboren versus aangeleerde eigenschappen
Het onderscheid tussen aangeboren en aangeleerde eigenschappen lijkt soms simpel, maar is in de praktijk complex. Een goed voorbeeld is taal. Mensen zijn van nature in staat om taal te leren, dat is aangeboren. Maar welke taal je spreekt, hoe groot je woordenschat is en hoe goed je communiceert: dat leer je.
Hetzelfde geldt voor emotionele eigenschappen. Aanleg voor angst of voor zelfvertrouwen heeft een genetische basis, maar ervaringen in de jeugd kunnen die aanleg versterken of juist afzwakken. Iemand met een aangeboren gevoelig temperament kan door een veilige opvoeding toch een stabiele volwassene worden.
Kunnen aangeboren eigenschappen veranderen?
Aangeboren eigenschappen liggen vast in je genen, maar de manier waarop ze tot uiting komen, kan wél veranderen. Dit wordt epigenetica genoemd: de wetenschap die bestudeert hoe omgevingsfactoren bepalen welke genen “aan” of “uit” staan. Stress, voeding, slaap en sociale omgeving hebben invloed op hoe je aangeboren aanleg zich uit in gedrag en gezondheid.
Een kind met een aangeboren talent voor sport zal dat talent alleen ontwikkelen als het de kans krijgt om te sporten. Een aangeboren neiging tot angst kan door goede begeleiding en therapie sterk verminderen. De eigenschap zelf verdwijnt niet, maar de invloed ervan op je dagelijks leven kan flink veranderen.
Aangeboren eigenschappen geven je een vertrekpunt, geen eindbestemming. Ze bepalen mede wie je bent, maar de omgeving, je keuzes en je ervaringen bepalen hoe die eigenschappen zich ontwikkelen. Begrijpen wat aangeboren is, helpt om jezelf of een kind beter te begrijpen, zonder het te reduceren tot alleen maar “zo ben je nu eenmaal”.


