Eigenschappen zijn persoonlijkheidskenmerken die beschrijven hoe iemand denkt, zich voelt en gedraagt. Ze zeggen iets over wie je bent als persoon, los van wat je hebt geleerd of welke diploma’s je hebt. Denk aan woorden als eerlijk, creatief, doorzetter of flexibel. Ze vormen de kern van hoe jij in het leven staat.
Wat zijn eigenschappen precies?
Een eigenschap is een kenmerk dat je karakter beschrijft. Het gaat niet om vaardigheden die je kunt aanleren (zoals typen of autorijden), maar om hoe jij van nature bent. Eigenschappen zijn relatief stabiel: ze veranderen niet snel en zijn in veel situaties herkenbaar bij dezelfde persoon.
Er is wel een verschil tussen eigenschappen en competenties. Competenties zijn combinaties van kennis, vaardigheden én gedrag die je inzet om een taak goed uit te voeren. Eigenschappen liggen daar onder: ze zijn de persoonlijke basis waarop competenties worden gebouwd. Iemand die van nature nieuwsgierig is, ontwikkelt makkelijker de competentie “leervermogen”.
Positieve eigenschappen: veelgebruikte voorbeelden
In een sollicitatie, op school of in alledaagse gesprekken noem je al snel positieve eigenschappen. Dit zijn kenmerken die in de meeste situaties als een plus worden gezien. Bekende voorbeelden zijn:
- Flexibel: je past je makkelijk aan nieuwe situaties aan
- Betrouwbaar: anderen kunnen op je rekenen
- Creatief: je bedenkt nieuwe oplossingen of ideeën
- Doorzetter: je geeft niet snel op bij tegenslagen
- Empathisch: je begrijpt hoe anderen zich voelen
- Nauwkeurig: je werkt zorgvuldig en maakt weinig fouten
- Proactief: je neemt initiatief zonder dat iemand erom vraagt
- Communicatief: je brengt gedachten duidelijk over op anderen
Positieve eigenschappen zijn niet altijd in elke situatie een voordeel. Iemand die erg nauwkeurig is, kan moeite hebben met snelle beslissingen nemen. Context bepaalt mede of een eigenschap als sterk of lastig wordt ervaren.
Minder sterke eigenschappen: eerlijk over jezelf zijn
Iedereen heeft ook eigenschappen die in bepaalde situaties tegenwerken. Voorbeelden zijn ongeduldig, perfectionistisch, verlegen, koppig of chaotisch. In een sollicitatiegesprek worden ze soms “verbeterpunten” of “ontwikkelgebieden” genoemd. Ze zijn niet per se slecht, maar vragen om bewustzijn en sturing.
Een perfectionist levert kwalitatief goed werk, maar loopt soms vast in details. Iemand die koppig is, houdt vast aan een standpunt, wat handig is in moeilijke situaties maar belemmerend kan zijn bij samenwerking. Het erkennen van minder sterke eigenschappen laat juist zien dat je zelfinzicht hebt.
Soorten eigenschappen
Eigenschappen worden vaak ingedeeld in een paar categorieën:
- Sociale eigenschappen: gaan over hoe je omgaat met anderen, zoals vriendelijk, open, loyaal of dominant.
- Werkgerelateerde eigenschappen: beschrijven hoe je taken aanpakt, zoals gedisciplineerd, resultaatgericht of creatief.
- Emotionele eigenschappen: zeggen iets over hoe je met gevoelens omgaat, zoals stabiel, gevoelig, empathisch of nuchter.
- Cognitieve eigenschappen: gaan over denken en leren, zoals analytisch, nieuwsgierig of kritisch.
Deze indeling is niet strikt. Een eigenschap als “gedreven” past zowel bij werk als bij sociale situaties. De categorieën helpen je wel om gerichter te denken over welk deel van je persoonlijkheid je beschrijft.
Hoe beschrijf je je eigen eigenschappen?
Een eigenschap benoemen is één ding; het onderbouwen is een ander. Zeker in een sollicitatie of op een cv is het slim om een eigenschap altijd te koppelen aan een concreet voorbeeld. “Ik ben gedisciplineerd” zegt weinig. “Ik heb drie jaar lang elke ochtend voor school getraind voor competitiezwemmen” maakt het geloofwaardig.
Een handige manier om je eigenschappen in kaart te brengen is de STAR-methode (Situatie, Taak, Actie, Resultaat). Je beschrijft een situatie waarin een eigenschap naar voren kwam, wat jouw rol was, wat je deed en wat het opleverde. Zo wordt een abstract kenmerk tastbaar voor de ander.
Je hoeft niet te overdrijven of eigenschappen te verzinnen die je niet hebt. Kies drie tot vijf kenmerken die echt bij je passen en die je kunt bewijzen met voorbeelden. Dat is sterker dan een lange lijst die je niet kunt waarmaken.
Eigenschappen zijn dus de bouwstenen van je persoonlijkheid en bepalen in grote mate hoe je overkomt op anderen, hoe je werkt en hoe je omgaat met uitdagingen. Door ze te benoemen en te onderbouwen met voorbeelden, maak je ze concreet en bruikbaar, of dat nu op school, op het werk of in je dagelijks leven is.


