Goed lesmateriaal maak je niet in één keer. Het begint met een heldere leerdoelstelling, en daarna volgt een proces van ontwerpen, testen en aanpassen. Of je nu docent bent, trainer of instructieontwerper: wie lesmateriaal wil ontwikkelen dat echt werkt, heeft baat bij een vaste aanpak. In dit artikel lees je precies hoe dat eruitziet.
Begin bij de leerdoelen
Voordat je ook maar één slide maakt of een tekst schrijft, moet je weten wat de lerende aan het einde moet kennen of kunnen. Dat klinkt eenvoudig, maar hier gaat het vaak mis. Leerdoelen zijn concreet en meetbaar. “De lerende begrijpt het onderwerp” is geen goed leerdoel. “De lerende kan drie stappen van het proces in de juiste volgorde uitleggen” wel.
Schrijf je leerdoelen op en gebruik ze als toetssteen tijdens het hele ontwikkelproces. Elke keuze die je later maakt, kun je hieraan afmeten: draagt dit bij aan het leerdoel of niet?
Ken je doelgroep
Lesmateriaal dat werkt voor een groep ervaren professionals, werkt niet automatisch voor studenten die net beginnen. Stel jezelf een paar vragen over je doelgroep: Wat weten zij al? Wat motiveert hen? Hoeveel tijd hebben zij? In welke situatie leren zij?
Hoe beter je de doelgroep kent, hoe gerichter je keuzes kunt maken. Denk aan het taalniveau, de hoeveelheid tekst, de mate van begeleiding en de voorbeelden die je gebruikt. Een goede manier om dit te doen is een kort gesprek met een paar mensen uit de doelgroep voordat je begint.
Kies de juiste werkvorm en materiaalvorm
Lesmateriaal bestaat in veel vormen: een werkboek, een e-learning module, een instructievideo, een casebeschrijving, een reeks opdrachten of een combinatie hiervan. De keuze hangt af van het leerdoel en de doelgroep, maar ook van de beschikbare tijd en middelen.
Enkele aandachtspunten bij de keuze:
- Gaat het om kennis overbrengen? Een tekst, video of infographic kan goed werken.
- Gaat het om een vaardigheid aanleren? Dan zijn oefeningen, rollenspellen of praktijkopdrachten geschikter.
- Moet de lerende zelfstandig kunnen werken? Zorg dan voor duidelijke instructies en voorbeelden in het materiaal zelf.
- Is er veel interactie gewenst? Kies dan voor werkvormen die samenwerking stimuleren.
Hoe ontwikkel je lesmateriaal stap voor stap?
Een gestructureerde aanpak helpt om het overzicht te bewaren en te voorkomen dat je halverwege opnieuw moet beginnen. Dit is een praktisch stappenplan:
- Stap 1: Analyseer de leerbehoefte. Wat moet de lerende leren en waarom? Wat is de aanleiding?
- Stap 2: Formuleer de leerdoelen. Maak ze concreet en meetbaar.
- Stap 3: Breng de doelgroep in kaart. Voorkennis, motivatie en leercontext.
- Stap 4: Maak een inhoudsoverzicht. Bepaal welke onderwerpen en in welke volgorde.
- Stap 5: Ontwikkel een prototype. Maak een eerste versie van één onderdeel, geen volledig pakket.
- Stap 6: Test met de doelgroep. Laat een kleine groep het materiaal doorlopen en vraag feedback.
- Stap 7: Pas aan en maak af. Verwerk de feedback en werk het volledige materiaal uit.
- Stap 8: Evalueer na gebruik. Haal je de leerdoelen? Zo niet, verbeter dan opnieuw.
Let op auteursrechten bij bestaand materiaal
Veel docenten en trainers gebruiken afbeeldingen, teksten of video’s van anderen als onderdeel van hun lesmateriaal. Dat is niet altijd zomaar toegestaan. Auteursrechten gelden ook in het onderwijs. Gebruik je materiaal van anderen, let dan op het volgende:
Controleer of het materiaal een open licentie heeft, zoals een Creative Commons licentie. Die licenties geven aan wat wel en niet mag. Gebruik je materiaal zonder licentie of toestemming, dan loop je het risico dat je de rechten van de maker schendt. Maak je zelf lesmateriaal als docent in loondienst, dan geldt dat de rechten soms bij de werkgever liggen, afhankelijk van de afspraken in je contract.
Verhoog het leerrendement met goede opbouw
Lesmateriaal dat mensen echt iets leert, is niet zomaar een verzameling informatie. Een paar principes helpen om het leerrendement te verhogen:
- Gebruik concrete voorbeelden en situaties die de doelgroep herkent.
- Wissel informatie af met verwerkingsopdrachten. Leren door te doen werkt beter dan alleen lezen.
- Bouw herhaling in. Terugkerende concepten beklijven beter.
- Geef tussentijdse feedback of zelftoetsen, zodat de lerende ziet hoe ver hij is.
- Houd de structuur helder: een korte introductie, de kern, en een samenvatting of afsluiting.
Klaar is nooit echt klaar
Goed lesmateriaal ontwikkelen is een doorlopend proces. Na elk gebruik leer je wat beter werkt en wat niet. Plan daarom altijd een moment in om te evalueren: wat zeggen de deelnemers? Halen ze de leerdoelen? Welke onderdelen zorgen voor verwarring? Met die informatie verbeter je het materiaal voor de volgende keer. Zo wordt het steeds scherper en effectiever.
Veelgestelde vragen
Hoeveel tijd kost het om lesmateriaal te ontwikkelen?
De ontwikkeltijd voor lesmateriaal varieert sterk. Voor één uur e-learning wordt in de praktijk vaak veel meer voorbereidingstijd gerekend dan voor klassikaal lesmateriaal, omdat alles volledig zelfstandig begrijpelijk moet zijn. Een werkboek of reeks opdrachten gaat sneller. Houd altijd rekening met tijd voor testen en aanpassen.
Moet ik een instructieontwerper zijn om lesmateriaal te ontwikkelen?
Je hoeft geen opgeleide instructieontwerper te zijn om goed lesmateriaal te ontwikkelen. Docenten en trainers doen het dagelijks. Kennis van leerdoelen, doelgroepanalyse en werkvormen helpt wel. Er zijn ook trainingen beschikbaar die je hierin begeleiden.
Wat doe ik als ik afbeeldingen wil gebruiken in mijn lesmateriaal?
Gebruik voor afbeeldingen in lesmateriaal bij voorkeur bronnen met een open licentie, zoals Creative Commons. Controleer altijd of de licentie het gebruik in jouw situatie toestaat. Bij twijfel vraag je toestemming aan de maker of kies je een vrij te gebruiken alternatief.
Wat is het verschil tussen lesmateriaal en leermiddelen?
Lesmateriaal verwijst naar de concrete materialen die in een les of training worden gebruikt, zoals opdrachten, teksten en werkbladen. Leermiddelen is een bredere term en kan ook tools, software of fysieke hulpmiddelen omvatten. In de praktijk worden de termen vaak door elkaar gebruikt.

